Kris gaat zwemmen


Het is zomer. Kris gaat zwemmen. Samen met mama, papa en zijn grote broer Kai. Kris en Kai hebben allebei een mooie, nieuwe zwembroek. Nu zijn ze de stoerste krokodillen van het zwembad.


Papa en Kris zitten in het zwembad. Ze spelen met een bal. ‘Vangen, papa!’ roept Kris. Mama zit aan de kant. Ze zegt: ‘Doe je voorzichtig, Kris? Pas je een beetje op?’ Mama maakt zich zorgen om Kris. Gelukkig is het lekker warm weer. Dan is het water niet te koud voor Kris.


Kai mag al in het grote zwembad. Hij kan heel goed zwemmen. ‘Kijk, mama!’ roept hij. Hij springt van de duikplank. PLONS! Maar mama heeft het niet gezien. Ze keek alleen maar naar Kris.


Beteuterd zwemt Kai verder. Zo is het niet leuk! Hij wil ook graag laten zien wat hij kan. Maar dan moeten mama en papa ook op hem letten. En niet alleen op Kris. Kai wordt er een beetje boos van.


Dan komt Kris naar hem toe rennen. ‘Ik heb het wel gezien, Kai!’ juicht hij. ‘Wat knap dat je van de duikplank durft!’ Kris klapt heel hard in zijn handen. Daar wordt Kai weer blij van. ‘Zal ik het nog eens doen?’ vraagt hij.


Kai gaat nog een keer van de duikplank. Mama en papa kijken nu ook. Daar gaat hij. PLONS! ‘Goed zo, Kai!’ Mama, papa en Kris klappen alledrie. Ze zijn trots op Kai. ‘Jij bent de beste zwemmer van de hele wereld!’ zegt Kris.


[Verhaal voor Hartsvriendjes, een voorleesboek voor kinderen van vier tot zes jaar met een aangeboren hartafwijking. Geschreven in opdracht van LaVerbe]