Menselijk schild voor Koelman


In een achterkamertje van de rechtbank is het licht gedimd. Het is er bijna donker. Normaal zitten hier de rokers. Zij zijn verjaagd en de ramen staan op een kier. Niet te ver. De stank moet weg, maar het moet wel warm blijven. De tafels zijn netjes schoongemaakt. Ordelijk personeel.


Gretta Duisenberg wacht op Luuk Koelman. Ze wil met hem praten. Ze wil weten waarom hij haar moest kwetsen. Ze kent hem niet. Zij hebben elkaar alleen op papier ontmoet. Het is 14 november, een uur voor de rechter uitspraak zal doen en hij heeft niet meer in het openbaar gereageerd. Hij zal dus een boete krijgen. Dertigduizend euro. Daar bestaat geen twijfel over — ze kent de rechter. Persoonlijk.


De deur van het rokershol piept open. In het scherpe tegenlicht ziet Gretta een zwarte schim. Is dat nou Koelman? Nu ze de omtrek van zijn lichaam ziet, heeft ze spijt dat zij elkaar onder deze omstandigheden moeten leren kennen. Wat een vent!


Dan flitst plots een ondeugende, maar ook erg opwindende gedachte door haar hoofd. En zonder verder over de gevolgen na te denken voert ze haar plan uit. Ze springt op hem toe, grijpt hem bij zijn stropdas en begint hem wild te zoenen. Ondertussen voelt haar linkerhand wat voor vlees zij in de kuip heeft. Bepaald niet slecht! ‘Schikken!’ gromt ze. ‘We gaan de zaak schikken! Nu! Wij met zijn tweeën!’ En met dierlijk genot neemt zij hem.


Twee minuten eerder. Voor de deur van een achterkamertje van de rechtbank staat een man. Een angstige, nee, doodsbenauwde man. Maar hij móet naar binnen. Helaas. Achter die deur zit Gretta Duisenberg. Te wachten op Luuk Koelman. En niemand weet wat ze wil.


Hij duwt zacht tegen de deur en probeert zijn ogen te laten wennen aan de duisternis. Maar voor dat lukt, voelt hij een ruk aan zijn stropdas, een tong in zijn mond en een hand in zijn kruis. Hij kan geen woord uitbrengen. Hij hoort haar grommen. Dan realiseert hij zich de kansloosheid van zijn situatie en geeft zich over. Hij slaat zijn ogen ten hemel. En terwijl zij hem neemt, speelt er maar één gedachte door zijn hoofd.


‘Koelman! Ik vervloek de dag dat je mij inhuurde als jouw advocaat!’


[Gepubliceerd op 7 november 2003 naar aanleiding van deze column van Luuk Koelman en het proces dat daar op volgde.]

Column Luuk Koelman
  Mirjam Broersma